Ik woon al jaren alleen, leef terug getrokken en geniet van de wilde dieren in mijn landelijke tuin. Met mensen om gaan vind ik lastig, mega lastig. Alleen mensen die ik tot me laat komen kunnen me pijn en verdriet doen, vandaar dat ik me privé vaak afsluit en zelden tot nooit mensen binnen mijn domein laat komen. Om me heen is de wereld in sneltreinvaart aan het veranderen, ik zie verdriet, onrust, haat en respect is tegenwoordig ver te zoeken. Het maakt me mega verdrietig en begrijp soms even niet wat ik hier doe. Als ik er diep over na denk, dan begrijp ik waarom ik me – met dagelijkse regelmaat – omring met overledenen. Ze veroordelen niemand, beoordelen niemand en laten mij in mijn waarde. Je ziet aan de nabestaanden hoeveel ze van deze persoon hebben gehouden. Dat ik dan voor hun overledene de laatste complexe zorg mag uitvoeren is bijzonder…. echt bijzonder mooi. Ik voel me welkom, mensen zijn dankbaar en bij het vertrek krijg ik een glimlach of een knuffel. Laten we lief zijn voor elkaar, dat is wat ik eigenlijk wilde zeggen.

Edwin Spieard

In mijn boek heb ik er al eens over geschreven. Huisdieren die afscheid willen nemen van hun overleden baasje. Of ze het ruiken, voelen of beleven, ik heb werkelijk geen idee, maar dat het iets met ze doet is mij in de praktijk echt wel gebleken. Zo zie ik in gedachten nog de dikke ouwe hond bij me in de voormalige ambu. Terwijl ik bezig was met een thanatopraxie, hoorde ik bij de zijdeur van de wagen iets snuffelen. Liefdevol heb ik toen de hond in de wagen getild, het baasje op de brancard iets laten zakken en de hond de gelegenheid gegeven om een lik over het hoofd van deze overleden man te geven. Als ik terug denk aan de jaren waarin ik werkzaam ben geweest, dan zijn er best veel herinneringen die bij me opkomen waarin een huisdier – al dan niet – een belangrijke rol heeft gespeeld. Het ene beestje heeft tot de dood van het baasje geleid, in het andere geval heeft de dood van het baasje tot de dood van het beestje geleid. Zonder direct iemand te veroordelen en zonder een partij te kiezen, zal ik een paar herinneringen met je delen. Als dierenvriend vind ik het opschrijven van deze herinneringen moeilijker en grijpt het mij meer aan dan praten over een vergaan lichaam. Sommige verhalen schrijf ik dan ook met tranen in mijn ogen, maar zal ze toch graag met jullie willen delen. Laat ik beginnen bij een hond die te water is geraakt. Als het baasje in de gaten heeft dat zijn hondje is verdwenen, gaat deze oudere man op zoek in de richting waar het geblaf vandaan komt. Al vrij snel heeft deze man in de gaten dat zijn hond te water is geraakt en bedenkt zich geen moment om het beestje te redden. Omstanders zien de man in het water springen die zich vervolgens door de drassige bodem een weg baant richting zijn hond. Op dit moment ziet hij niet het gevaar voor zichzelf en strooit met lieve woorden richting zijn hondje om deze op zijn gemak te stellen. Al vrij snel verandert het gezicht van deze man in zorgelijk. Hij krijgt in de gaten dat hij de controle gaat verliezen en beseft zich dat de stroming ook hem te pakken gaat krijgen. Beide vechten ze voor hun leven….. beide redden ze het niet. Als tijdens de schouw het lichaam van de man op tafel ligt, komen de emoties los. Hoeveel paniek er daar is geweest kan met geen pen worden beschreven. Daar liggen ze dan, beiden in het mortuarium. Beide op een wit laken, de man op tafel met zijn hondje ernaast. Als ik later de uitvaartverzorgster spreek, dan verteld ze mij dat het hondje samen met de man is begraven. Deze gedachte geeft me een warm gevoel en bedank haar dat ze dit op deze manier heeft kunnen regelen. Een andere herinnering brengt me naar een gezin waarin de vader is overleden. Na een lang ziekte bed is de man uiteindelijk op een natuurlijke manier aan zijn einde gekomen. De parkiet in de kamer heeft alle dagen gezongen. Na het overlijden van deze man stopte het zingen van het vogeltje. Rillend op een stokje (ik heb het met eigen ogen gezien) zat deze parkiet ineen gedoken in zijn kooi. Als ik 2 dagen later bij deze familie op thuiscontrole kom, staat er op het bed van deze man een klein houten kistje met daarin een dode parkiet. Als ik wat verbaasd naar dit beeld sta te kijken, pakt een van de dochters me bij de arm. ‘Meneer, onze parkiet is vanmorgen overleden. Hij heeft na de dood van mijn vader nooit meer gezongen en lag vanmorgen dood en bijna kaal op de bodem van zijn kooi.’ Bizar. Maar ook katten blijven mij verbazen. Als ik in een woonomgeving kom met verstandelijk gehandicapten, valt er mij direct iets op, een grote – niet te missen - poster met daarop de tekst: Vermist. Onder deze tekst staat een grote witte langharige kat op een foto afgebeeld. Nog voordat ik kon beginnen met de thanatopraxie behandeling (bloed vervangen door andere vloeistof) wordt mij door een medebewoonster in geuren en kleuren verteld dat de kat van de overledene al een paar dagen is verdwenen. Deze dame verteld het zo enthousiast en met zo veel passie, dat ik de glimlach niet van mijn gezicht kan krijgen. Geen seconde had deze dame het over de overledene, de kat was waar ze alle aandacht voor wilde. Als ik zo vriendelijk mogelijk aan haar uitleg dat ik nu toch echt wel aan het werk zou willen, laat ze mij nog snel even het mandje van de kat zien. Ze neemt me bij de hand en brengt me naar een hoek van de keuken. Wijzend met haar vinger maakt ze me duidelijk dat dat de plek is waar de kat had moeten liggen slapen. Als de thanatopraxie behandeling achter de rug is en ik samen met de ouders van de overledene haar in een wade wikkel, gaat langzaam de deur een klein eindje open. Heel parmantig en zich van geen kwaad bewust, springt er een grote witte kat op het bed van de overledene. Ze spint wat met haar pootjes in de wade en krult zich vervolgens helemaal rond, om zo heerlijk tegen het baasje in slaap te vallen. De moeder van de overledene kijkt me aan en schud haar hoofd verbazingwekkend heen en weer. ‘Nah’, zei ze met een slaak van verlichting. Niet altijd heeft de kat het voor het zeggen. Dat bleek wel uit een nagesprek met de familie op een parkeerplaats. Als ik bezig ben om mijn boodschappen in mijn privé wagen te leggen, loopt er een dame recht op me af. Heel even geef ik haar wat aandacht, om vervolgens mij te concentreren op de dingen waarmee ik bezig ben. ‘Hee Erwin, hoe gaat het’? Ik draai me om en stoot vervolgens mijn hoofd aan de zijkant van de kofferklep. ‘Hee hallo, kennen wij elkaar? Ik denk niet zo heel goed, want Erwin is met een D. Niet ErwinD, maar Edwin’. Ze lijkt mijn opmerking niet te horen en praat gewoon dwars door me heen. ‘U was bij onze moeder van 90 jaar. Weet u nog dat u haar toen met airbrush weer mooi hebt gemaakt’? Omdat ik vele overledenen op jaarbasis zie en het voor mij nagenoeg onmogelijk is om gezichten te onthouden, vraag ik haar om de kamer waarin moeder was opgebaard te beschrijven. ‘Ah, zij was die dame waarbij de poes nog op haar schoot lag te slapen, ben ik juist’. Ze kijkt me aan, zwaait wat met haar netje sinaasappelen heen en weer en bevestigd dat ik inderdaad de juiste persoon voor me heb. ‘Maar vertel eens, waar ik nou zo benieuwd naar ben, hoe gaat het met poes? Mist ze haar baasje, of merk je dat niet aan haar?’ Het zwaaien met het netje is gestopt en 1 sinaasappel valt op de grond. Ze bukt zich voorover om deze op te rapen terwijl ze onder tijd verteld dat ze de poes heeft laten inslapen. ‘Wat zegt u mevrouw, ik verstond niet helemaal wat u zei.” ‘Oh sorry, ik was zo met mijn boodschappen bezig, ik zei dat we de poes hebben laten inslapen. Ze waren onafscheidelijk en nu zijn ze opnieuw samen.’ Ik denk het nog steeds niet helemaal te begrijpen. ‘Was de poes ziek?’ ‘Nee hoor, de poes was jong en vitaal, maar omdat ze graag bij haar baasje wilde zijn hebben we haar laten euthanaseren. Ze liggen samen op het kerkhof in het zelfde graf.’ Iets leuker om te vertellen vind ik toch wel de hond op de parkeerplaats van een bejaarden woning. Als mijn gele auto staat geparkeerd, loop ik naar de entree om eerst een kijkje te nemen bij de overledene. In de hal tref ik een dame met een hond. Een hond die je absoluut niet in het donker tegen wil komen. Al lopend kom ik met deze dame aan de praat. Ze bedankt me, omdat ik een aantal jaren geleden bij hun op het huis adres een behandeling heb uit gevoerd, die ertoe heeft bijgedragen dat haar man thuis kon blijven na het overlijden. Als ik samen met haar richting de parkeerplaats loop, rukt de hond zich los van zijn baasje. Zonder te twijfelen en in 1 rechte lijn sprint de hond naar mijn gele gewassen auto. Hij rent er een keer omheen, trekt zijn rechter achterpoot omhoog en piest gewoon schaamteloos tegen de zijkant van de wagen. Alsof er niets is gebeurd gaat de hond in galop terug naar zijn baasje, waarschijnlijk was dat zijn manier om me te bedanken voor de goede zorgen richting zijn overleden baasje. De dame en ik kijken elkaar aan en proesten het uit van het lachen. Beestachtig leuk! Maar ook minder leuke verhalen spoken door mijn hoofd. Verhalen waarbij dode huisdieren zijn aangetroffen omdat de overledene te laat is gevonden. Verhongerd en verdroogd, maar ook een door de poes aangevreten gezicht van de overledene, of een kapot gelikte huid door een hond komen in mijn herinneringen niet zelden voor. Op 1 of andere manier maken de huisdieren voor mij het verhaal persoonlijker. Niet benoemd, maar wel veel gezien zijn dood gedrukte of dood getrapte mensen door koeien, stieren en paarden. Elk verhaal staat op zichzelf en heeft zijn eigen verdriet, niet alleen bij de nabestaanden, maar ook bij mij. Meer van mijn belevenissen staan beschreven in mijn boek. Nieuwsgierig? Kijk dan hier: Boek Special Death Care

Wagenpark Special Death Care

 

 

 

 

Je zag de dood in zijn ogen, meerdere mensen die tijdens het wadlopen door een navigatiefout van hun route waren geraakt en tot over hun middel vast kwamen te zitten in het stijgende water. Nooit eerder zag ik zo veel paniek in de ogen van een volwassen man. Wat me is bij gebleven, is de ‘redding’ van een forse man. Bij elke kleine golf zakte deze man dieper in het zand. Voor hem stond een kleine irritante man (die zich werkgever noemde) te brullen dat hij er uit moest klimmen. In plaats van te helpen, brulde deze man alleen maar dat het zijn eigen schuld was en dat hij door had moeten lopen. Met hulp van mede wadlopers, hebben we deze man uit de modder weten te trekken, en samen met een gewaardeerde collega heb ik deze man een aantal kilometers door het golvende water ondersteund. Slepend door de blub waarbij we telkens tot over onze knieën in het water zakten, bereikten we uiteindelijk kapot en totaal doorweekt het vaste land. Die kleine irritante man liep ons tegemoet, niet vragen hoe het gaat, geen uitreikende hand, geen opbeurende woorden richting de forse kerel. Het enige wat deze angstige forse man te horen kreeg, was dat hij de route zelf had moet lopen. Terwijl ik nog bepakt met de bagage van de forse man over de vaste wal slenter, komt er een pony naar me toe gewandeld. Hij geeft me een knuffel en legt zijn hoofd tegen de rugzak van de forse man. Een geweldig mooi beeld wat je niet kunt faken. De realisatie dat een knuffel van deze pony mij de ellende en het narcistische gedrag van dat kleine mannetje deed vergeten, helpt me nu nog dagelijks in mijn vak. De foto brengt me terug naar een ongelooflijk spannend moment, maar tevens brengt het me terug naar de fijne herinneringen die ik heb aan de momenten dat ik een dier afscheid kan (en mag) laten nemen van zijn overleden baasje. Je ziet de onvoorwaardelijke liefde van een dier, waar iemand uit dit waargebeurde verhaal nog een voorbeeld aan zou kunnen nemen.

Edwin Spieard

Van lijkwagen naar grasmachine. Niet vrijwillig, maar een beetje genoodzaakt. Mijn huidige ‘ambulance’ heb ik – bij de carrosserie bouwer - in het bijzijn van de RDW om laten bouwen, totdat deze gezien en aangemerkt zou worden naar de status lijkwagen. Ik dacht hiermee tevens dat voor de belastingdienst mijn wagen – net als mijn vorige wagen – ook aangemerkt zou worden als lijkwagen, toch? Dat was een onjuiste gedachte. Door de ‘status’ lijkwagen te zijn kwijt geraakt, mag ik nu meer dan €1000,- per kwartaal aan wegenbelasting betalen. Bezwaar heb ik inmiddels ingediend. Aangezien ik dit niet wil doorberekenen aan de nabestaanden, bestaat de kans dat ik vanaf heden op mijn grasmachine kom. Immers kom ik toch altijd al te laat en zie daardoor deze vorm van transport als een goed alternatief. Ik ben nog wel op zoek naar extra verlengkabels. Nou…. ik moet maar proberen wat extra boeken te verkopen, dit als compensatie voor de extra kosten aan de wegenbelasting.

Special Death Care

‘Ik heb er mijn buik vol van’. Voor mij wellicht een ander betekenis dan voor velen. Mensen die me kennen weten dat ik me graag vermaak in de sloot een eindje verderop, maar voor de verandering ben ik wezen zwemmen in een zwembad. Nou, wat een dag, wuahhhaa. Ik heb me er vermaakt. Inderdaad net wat je zegt, ik heb er mijn buik vol van. Maar waarmee dan? Ik zie gespierde Popeye’s, slanke Pink Panther’s, maar vooral veel buiken waarvan ik denk: Oeps, echte Barbapapa’s, hoge buiken, lage buiken, ballon buiken, hangende buiken, zo veel buiken (en vooral zo veel buik). En dan kom ik daar waar ik wil zijn…. Wat zit er in, waar zit je buik zo vol van, waarom zijn ze zo rond, gespannen, of hangend? Ineens zie ik de buiken werk gerelateerd en denk ik aan de inhoud die ik soms mag verwijderen om een opbaring wat meer kans van slagen te geven. Nee nee, ik veroordeel niemand, maar ik voorspel dat zwemmen in een zwembad vanaf nu voor velen nooit meer hetzelfde zou zijn, hihi. Geniet, ik duik nog even koppie onder in de sloot.

Special Death Care

Sodeju, das wel even wennen. Mijn nieuwe wagen waarmee ik in de toekomst vele nabestaanden iets minder ongelukkig hoop te maken. Net als de vorige wagen, is de binnenruimte geschikt voor thanatopraxie, lichaamsdrainage, kleine reconstructies en euthanasie op een gewenste locatie. Tegelijkertijd heb ik diep respect gekregen voor de dames en heren die met spoed deze wagen weten te besturen. Man o man, wat een groot monster.

Ambulance Special Death Care

Toet! 'Hij is er!' roep ik al strompelend over mijn laarzen die ik in de snelheid waarmee ik wil vertrekken niet aan krijg. 'Veel plezier' hoor ik nog terwijl ik al buiten sta. Het is de dag dat ik mijn cadeau in ontvangst mag nemen, en wat voor cadeau. Een dag mee met Bert, wie wordt daar nou niet vrolijk van? Nou, de meeste mensen verklaarden mij voor gek toen ik met enthousiasme vertelde wat ik zou gaan doen. Kadavers, een heleboel, ik kreeg ze cadeau. Niet letterlijk, maar ik mocht een dag mee op de vrachtwagen. Eerder die week was ik bij mijn vader op de koffie toen het ter sprake kwam dat het me enorm interessant leek eens een dag mee te gaan op een kadaver ophaalwagen. Niet leuk voor de beesten en de eigenaars ervan, maar een beroep waar we niet zonder kunnen, daar wil ik weleens een kijkje achter de schermen. Mijn vader glunderde wat toen ik het zei, maar ik dacht dat zal wel komen omdat ik altijd van die rare wensen heb, hij lacht me waarschijnlijk uit omdat hij zichzelf erin herkent. Een week later kreeg ik een appje van mijn vader, of ik z.s.m. een nummer wilde terugbellen, mijn vermoeden was dat dit iemand was die te woord moest worden gestaan omtrent de administratie die ik voor mijn vader zijn bedrijf doe. Ik bel binnen 1 minuut het nummer. Ik hoor een mevrouw aan de andere kant van de lijn die nog enthousiaster is dan ik en ze roept 'ik mag je namens je vader een dag mee op de vrachtwagen aanbieden.' Ik begin enorm te lachen, wat een vent is het ook, dit is meer dan geweldig! Eindelijk is de dag aangebroken, nog eerder dan anders ga ik uit bed, ik wil niet hebben dat hij mij voorbijrijdt als ik nog op bed lig. Met een boks als begroeting zegt Bert me gedag en vertelt me dat ik mag instappen aan de andere kant. Terwijl ik de deur opentrek zeg ik dat zojuist mijn eerste wens is uitgekomen, zitten in een vrachtwagen stond altijd al op mijn lijstje, zo'n grote wagen zie je veel, maar zonder dat je beroep het toelaat is het niet iets waar je dagelijks in zit. Hij glimlacht en weet me later te vertellen dat dat een reden is waarom veel mensen eens met hem mee op de wagen gingen. Maar de wens om mee te gaan om het vak beter te leren kennen, daarvan had hij er nog niet veel meegemaakt. Al meer dan 30 jaar zit Bert in het vak en hij kon me er alles over vertellen. Hij had de koffie en ik de koekjes. Veel adressen hebben we bezocht en terwijl ik al onder de douche sta weet ik dat Bert die dag nog vele adressen heeft te gaan. Onderweg kwamen er extra adressen bij zo vlak voor het weekend, ik riep nog dat ik wel wilde bijspringen, maar geen verstand van materiaal of een vrachtwagenrijbewijs lieten het me helaas niet mogelijk maken. Een beetje teleurgesteld, wanneer ik weer fris aan tafel zit, ik wil nog wel zo'n dag! Bedankt pap, Bert en Willemien!  

Kim Spieard - Special Death Care